Brenda, 15

“Na het ‘accident’ ben ik op aandringen van mijn ouders een aantal keren bij een psychologe geweest. Eerst zag ik daar geweldig tegen op, maar uiteindelijk bleek dat ik heel goed met haar kon opschieten. Voor het eerst had ik het gevoel een vertrouwenspersoon te hebben gevonden aan wie ik alles kon vertellen. Ze heeft mij goed geholpen. En ik heb mezelf ook veel beter leren kennen tijdens die sessies.

Mijn ouders treffen echt geen schuld. Ik heb altijd alles gekregen wat ik me maar kon wensen. Van klasgenoten hoorde ik soms dat hun ouders zonder hen op reis gingen, maar dat was bij ons thuis absoluut niet het geval. Mijn ouders zijn altijd goed voor mij geweest. Met mijn moeder had ik dan misschien geen hechte moeder-dochterband, maar eigenlijk lag dat vooral aan mij. Zij probeerde wel en deed haar best om samen met mij dingen te doen: gaan shoppen, naar de kapper, iets gaan drinken. Maar voor mijn poging kon ik gewoon niet goed praten over mijn gevoelens en problemen. Ik wist niet hoe ik eraan moest beginnen. Niet met mijn moeder, maar eigenlijk met niemand.

Op school had ik geen vrienden. Jarenlang werd ik gepest. En nieuwe kinderen durfden geen contact met mij leggen uit vrees om ook gepest te worden. Van dat alleen zijn word je op de duur helemaal stil natuurlijk. Ik was echt in mezelf gekeerd en vond geen uitweg meer.

Er is veel gebeurd sinds mijn poging. Ik ben zelf heel erg veranderd. Door de gesprekken bij mijn psychologe, heb ik echt veel beter leren praten over mijn gevoelens. Als ik nu ergens mee zit, kan ik het probleem benoemen en het van mij af praten. Sinds ik dat geleerd heb, lijkt alles ineens veel beter te gaan. Thuis, maar ook op mijn nieuwe school.”