Chana, 17

“Na het voorval durfde ik niet goed meer buiten komen. Het liefst van al was ik de rest van mijn leven op mijn kamer gebleven. Het is eigenlijk maar dankzij mijn hond Rani dat ik er stilletjes aan weer bovenop kom. Ze is een lieve, blonde labrador van 2 jaar. Een schatje!

Nadat ik terug thuis was van het ziekenhuis was de spanning in huis te snijden. Niemand durfde iets aan mij vragen. Iedereen was bang om iets verkeerd te doen of te zeggen. En ik mocht mij vooral niet te moe maken. Eigenlijk voelde ik me nog meer alleen dan voordien. Hoewel ik besefte dat ze het allemaal goed bedoelden.

Rani legde meteen haar hoofd op mijn schoot en leunde heel dicht tegen mij aan. Alsof ze begreep wat er gebeurd was. Alsof ze voelde hoe ik me voelde. En dat deed deugd. Het duurde niet lang voor ze, met haar speelse blik, haar speelballetje voor mijn voeten gooide. Als een uitnodiging om met haar te komen spelen.

Veel zin in balletjes werpen, had ik op dat moment niet. Maar uiteindelijk trok ik toch mijn schoenen aan en ging ik met haar in de tuin wat spelen. Haar lief karakter en haar enthousiasme: het werkte aanstekelijk. Al snel werd het een gewoonte: elke dag een kwartiertje speeltijd met Rani in de tuin. En tussendoor een flinke wandeling. Frisse buitenlucht, de wind door de haren en goed gezelschap: wie zou daar niet van opfleuren? ”