Jana, 14

“De buren hadden de ziekenwagen gebeld. Het was één grote chaos. Politie, ambulanciers, nieuwsgierige buren,… Lichtflitsen, en het geluid van de ziekenwagen. Ik dacht echt ‘this is it’, hier houdt het op. Aan mijn vader, mijn zus en mijn vrienden dacht ik op dat moment helemaal niet. Ik wou echt sterven. Ik wou zo graag terug bij mama zijn.

Toen ik in het ziekenhuis ontwaakte, wist ik dat mijn poging mislukt was. In eerste instantie was ik daar helemaal niet blij om. Integendeel, ik was zo verdrietig dat ik niet kon stoppen met huilen. Maar toen ik zag hoe die dikke traan over de wang van mijn vader rolde. En ik voelde hoe mijn zus over mijn arm bleef strelen. Toen besefte ik: hier mag het nog niet ophouden. Ik moet proberen om niet op te geven. Ik moet gewoon doorzetten en sterk zijn, net als mijn mama dat altijd gedaan had. Dat zou ook zij zo gewild hebben.”