Joyce, 16

“Vorige week zag ik hem terug. Zijn nieuwe vriendinnetje was bij hem. Ik voelde hoe ze mij met haar ogen van kop tot teen aanstaarde. Hij gedroeg zich wat onwennig, wist niet wat hij moest zeggen of hoe hij moest reageren. Rotslecht, voelde ik me. Alsof alle energie uit mijn lijf stroomde.

Ik moest daar weg. Meteen. Mijn hart ging wild tekeer en ik hapte haastig naar adem. Gelukkig was Chana in de buurt. Ze nam me bij de hand en nam me mee naar een bankje. Daar hebben we wat gepraat. Ik heb gehuild. Echt gehuild. En nadien was het probleem natuurlijk niet opgelost. Maar het ergste gevoel was toch weer voorbij.”