Nathan, 17

“Ik voetbal al mijn hele leven. Samen met vrienden trainen, elke week uitkijken naar de match, de babbels in de kleedkamer: daar keek ik altijd erg naar uit. Toch wou ik na mijn poging echt niet meer voetballen. Dat had ik voor mezelf al snel beslist. Sowieso had ik nergens zin, maar ik wou de confrontatie met mijn ploegmaten ook niet aangaan. Iedereen wist wat er gebeurd was, en nog erger: ze wisten nu dat ik homo was. En homo’s en voetbal: dat gaat niet goed samen.

Ze stuurden wel sms’jes om te vragen of ik kwam trainen, maar ik durfde gewoon niet. Na een paar weken stond Senne op woensdag toch gewoon met zijn voetbaltas voor de deur. Even heb ik getwijfeld, maar uiteindelijk ben ik meegegaan. Met een bonzend hart en knikkende knieën.

Mijn ploegmakkers reageerden goed op het hele verhaal. Niet dat we er diepgaande gesprekken over voerden, maar een schouderklop en een oprechte “ça va?” was al meer dan voldoende. Elke keer werd het minder moeilijk om het voetballokaal binnen te stappen. Op het plein is het voluit genieten: ons team tegen de tegenstander. En voluit gaan voor elke goal! Dan telt alleen het voetbal.”