Robin, 17

“Terug naar school gaan, was voor mij het allermoeilijkste moment. De laatste keer dat ik er was, had mijn leraar geschiedenis mij gevonden in de toiletten. Ik was helemaal de kluts kwijt. Nadien terug op school… het gebouw, de speelplaats, die toiletten,… Daar was ik erg bang voor. Ik wist zelf niet goed hoe ik erop zou reageren.

En dan waren er nog mijn klasgenoten en de leerkrachten. Het liefst van alles was ik gewoon nooit meer terug gegaan. Ik schaamde me rot om wat er gebeurd was en wist intussen ook dat er in de klas gesproken was over mijn zelfmoordpoging. De reacties waren heel erg uiteenlopend geweest. Dat had Wouter me verteld. Sommigen vonden mijn poging gewoon een manier om aandacht te trekken. Pure aanstellerij. Belachelijk gewoon dat iemand zichzelf iets wil aandoen omwille van een slecht examen. Anderen waren serieus onder de indruk van wat er gebeurd was en leden er zelf ook onder.

Maar ik moest terug. Ik kon het niet blijven uitstellen. Met een klein hartje stapte ik die ochtend uit de auto. Mijn hoofd hield ik naar beneden , want ik wou elke vorm van oogcontact vermijden. En toch kon ik de blikken van de anderen voelen. Gesprekken stopten als ik voorbij kwam. Ik voelde me heel alleen en wist niet waar ik naartoe moest.

Gelukkig stond Wouter mij al op te wachten. Veel hebben we niet gezegd op dat moment. Maar dat hoefde ook niet. Ik was al lang blij dat ik niet alleen stond op die grote speelplaats. Mijn klasgenoten waren vriendelijk en deden erg hun best om te doen alsof er nooit wat gebeurd was. Ook de leerkrachten gingen gewoon verder met hun les. Enkel mevrouw De Vries van Frans zei me na de les dat ik altijd bij haar terecht kon als ik eens wou babbelen.

’s Avonds was ik echt op: volledig leeg. Want het was verschrikkelijk vermoeiend geweest. Maar ’s anderendaags ging het al een stuk beter. En ook die vreemde blikken verminderden fel. Mensen weten nog wel wat er gebeurd is, maar ik word er niet meer voortdurend aan herinnerd. Stilaan gaat het leven weer gewoon zijn gang.“