Ruth, 18

Mijn vader is vier jaar geleden gestorven aan kanker. Ik was toen 14. Niet oud genoeg om zo’n groot verlies te kunnen verwerken. Ik ben toen op het verkeerde pad geraakt. En de relatie met mijn moeder verslechterde: ik rouwde niet of was niet verdrietig, maar zat met gevoelens die ik niet kende en geen plaats kon geven. Dat kon zij niet begrijpen en daar leed zij onder.

Rond mijn 16de ben ik weer op het rechte pad terecht gekomen. Pas toen begon mijn rouwproces. Maar op dat moment was ik natuurlijk helemaal alleen met mijn verdriet. Ik kon ook niet uitleggen wat er scheelde en raakte totaal geïsoleerd. Het was een vicieuze cirkel en werd steeds erger. Ik begon mij te snijden en toen ze dit op school ontdekten, probeerde ik zelfmoord te plegen.

Nadien ben ik in therapie gegaan om alles een plaats te kunnen geven. Dat heeft me goed geholpen. Niet dat ik geen vrienden of familie heb bij wie ik terecht kan. Maar soms is het gewoonweg makkelijker om met een wildvreemde over je problemen te praten. Veel eenvoudiger dan met iemand die heel dicht bij je staat en zelf een rugzak vol verdriet met zich meedraagt. ”