Sabir, 16

“Eigenlijk wist ik het al van toen ik een jaar of 10 was: ik val op jongens. Anno 2012 zou dat geen probleem meer mogen zijn, denk je dan. Maar ik schaamde me rot, voelde me vuil en onzeker, en raakte al heel jong de pedalen helemaal kwijt. In mijn familie wordt homoseksualiteit nu eenmaal niet aanvaard. Het is een ziekte. Een regelrechte schande. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je familie. En dus zweeg ik.

Ik probeerde ook echt te genezen en maakte afspraakjes met meisjes. Maar dat werd nooit wat. Klasgenoten moeten het ook aan mij gemerkt hebben. Blijkbaar zie ik ook er echt uit als een homo. Ze begonnen te twijfelen en stelden vragen. Uiteindelijk vertelde ik mijn grote geheim aan mijn beste vriend. Zijn reactie was allesbehalve positief. Hij schold mij uit en wou niets meer met mij te maken hebben. “Vuile homo”, riep hij mij nog na.

Toen ben ik in paniek geraakt. Wat als hij het aan mijn ouders zou vertellen? Hoe zouden zij reageren? Ik zou de hele familie tot schande maken en dat wou ik niet. Ik wou dood. Die confrontatie. Die schande, die wou ik niet doorstaan.

Mijn zelfmoordpoging heeft hen veel verdriet gedaan. Dat zie ik. Zij willen niet dat ik sterf. Maar homoseksualiteit: dat is onbespreekbaar. Mijn vader zei me in het ziekenhuis dat ik me geen zorgen hoef te maken. Dat dit gevoel wel over gaat. Dat het een fase is. Met hem kan ik echt niet praten. Ik wil het niet. En eerlijk gezegd durf ik het ook niet.

Gelukkig heb ik een goede vriendin Samira. Zij staat altijd voor mij klaar. Bij haar kan ik echt terecht met mijn verhaal. Ook haar ouders steunen mij voluit in deze moeilijke periode. ”