Sarah, 13

“Bij tante Kaat kom ik helemaal tot rust. Niet dat mijn ouders niet lief voor mij zijn, hoor. Zij doen echt hun best. Maar misschien net een beetje te veel. Ze lopen voortdurend op de toppen van hun tenen uit schrik om iets verkeerd te doen. Het is duidelijk dat ze het zelf ook heel moeilijk hebben met de hele situatie, en ik kan me precies gewoon niet meer ontspannen als ik bij hen ben.

Als ik bij tante Kaat binnenkom, valt al die spanning van mij af. Ze neemt mijn jas aan, we drinken wat samen. Ik help haar koken of ga mee boodschappen doen. Niets bijzonder eigenlijk. Maar ik voel me altijd een stuk beter als ik weer buiten stap.”