Getuigenis Silke, 16

“Ik herinner me niet veel meer van die eerste momenten in het ziekenhuis. Maar wat ik nooit vergeet, is de hysterische huilbui van mijn moeder. Ik had oprecht medelijden met haar en dacht voortdurend “wat heb ik haar toch aangedaan.” De verplegers hebben haar een kalmeermiddel moeten geven om tot rust te komen.

Ze voelt zich schuldig. Dat weet ik. Want de scheiding en haar nieuwe vriend, met wie ik totaal niet opschoot, hebben mijn verdrietig gemaakt. Intussen heeft ze daar alvast een dikke lijn onder getrokken: onder die relatie. Ook daar voel ik me schuldig over.

Praten met haar was moeilijk. Zeker in het begin. We waren de laatste jaren helemaal uit elkaar gegroeid, terwijl we vroeger een goede band hadden. Er was zo veel gebeurd. Zoveel verwijten, zoveel ruzies hadden een wig tussen ons geslagen. En na mijn poging was die afstand nog meer voelbaar. We voelden ons allebei alleen in dat grote huis. Ik was alleen met mijn verdriet. Zij met het hare. Aanvankelijk overweldigde haar verdriet mij een beetje. Ik werd er letterlijk onwel van en wist niet meer hoe ik me moest gedragen.

Uiteindelijk heeft zij de eerste stap gezet. Zij is met mij komen praten. Ze verwachtte niets van mij. Geen antwoorden, geen verantwoording. Neen. Ze praatte alleen over zichzelf. Over hoe zij zich voelde. En over hoe moeders hun kinderen willen beschermen voor al het kwade in de wereld. En hoe zij daar niet in geslaagd was. En dat ze me echt graag zag. Toen zijn we elkaar in de armen gevallen en hebben we gehuild tot we in slaap vielen.

Stilletjes aan ben ik ook beginnen te vertellen. Over hoe ik mij voelde. Over welke toekomst ik nog zag, en of ik nog een toekomst zag. En over hoe zij mij zou kunnen helpen. Sindsdien zijn we enkel dichter bij elkaar gekomen. Die band die we ooit hadden, komt weer stilletjes aan terug. Ik weet nu dat het OK is dat ik me niet altijd supergeweldig voel. Als ik een dipje heb, dan praten we daarover. En zij staat altijd voor mij klaar. ”